Groei & Innovatie

Handhaving en boetes in 2026: wat de Belastingdienst wél en niet mag

16 jun 2026 · Door localsam · 8 min leestijd

De handhaving op schijnzelfstandigheid verloopt sinds 2025 via een ‘zachte landing’ — een overgangsperiode die per jaar verschilt, en dat onderscheid bepaalt je risico. In 2025 werden geen boetes opgelegd. In 2026 is de zachte landing na politieke druk gedeeltelijk verlengd: nog steeds geen verzuimboetes, en de Belastingdienst start in beginsel met een bedrijfsbezoek, maar vergrijpboetes bij opzet of grove schuld zijn nu wél mogelijk — tussen 10 en 100 procent van de naheffing. Vanaf 1 januari 2027 vervallen ook de laatste soepele elementen. Dit artikel zet precies op een rij wat de Belastingdienst in welk jaar mag.

Waarom er een ‘zachte landing’ is

Toen het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 werd opgeheven, koos de Belastingdienst er niet voor om meteen vol te handhaven. In plaats daarvan kwam er een overgangsperiode, de zachte landing genoemd: opdrachtgevers krijgen de tijd om hun inhuur op orde te brengen voordat de volle sancties van kracht worden.

De gedachte erachter is dat goedwillende ondernemers niet meteen financieel worden afgestraft voor een situatie die jarenlang werd gedoogd. De handhaving begint daarom educatief — met voorlichting en waarschuwingen — en wordt stap voor stap strenger. Het oorspronkelijke plan was dat die overgang beperkt zou blijven tot 2025. Onder druk van de Tweede Kamer is de soepele aanpak echter gedeeltelijk doorgetrokken naar 2026.

2025: controleren zonder beboeten

In 2025 gold de zachte landing volledig. De Belastingdienst controleerde weer actief, maar legde geen boetes op — niet voor verzuim en niet voor vergrijp. Werd schijnzelfstandigheid geconstateerd, dan kon er wel een naheffing volgen, maar zonder boete erbovenop.

De handhaving begon bovendien standaard met een bedrijfsbezoek: een oriënterend gesprek waarin de opdrachtgever werd gewezen op de risico’s en de gelegenheid kreeg om te herstellen. Pas als daar aanleiding voor was, volgde het zwaardere boekenonderzoek.

2026: de halfzachte landing

In 2026 is de situatie veranderd, maar minder drastisch dan aanvankelijk was aangekondigd. Het kabinet wilde de zachte landing eigenlijk niet verlengen en vanaf 2026 vol handhaven, inclusief boetes. De Tweede Kamer dwong via moties een gedeeltelijke verlenging af. Het resultaat is een tussenvorm die in de praktijk wel een ‘halfzachte landing’ wordt genoemd.

Wat in 2026 hetzelfde blijft als in 2025: de regels en criteria zijn niet gewijzigd, de Belastingdienst start in beginsel nog steeds met een bedrijfsbezoek in plaats van een boekenonderzoek, en er worden geen verzuimboetes opgelegd.

Wat in 2026 nieuw is: bij opzet of grove schuld kunnen wél vergrijpboetes worden opgelegd. Daarnaast kan de Belastingdienst bij een boekenonderzoek kiezen of dat over een volledig kalenderjaar gaat of over een recent aangiftetijdvak.

Een achtergrond die het waard is te kennen: dat het kabinet in 2026 tóch boetes mogelijk moest maken, hangt samen met de koppeling aan het Europese herstelfonds. De Kamer wilde de zachte landing volledig verlengen, maar die Europese verplichting dwong het kabinet om vergrijpboetes alsnog in te voeren. De gedeeltelijke verlenging is daarmee een compromis.

Verzuimboete versus vergrijpboete: het cruciale verschil

Voor je risico-inschatting is het onderscheid tussen de twee boetesoorten essentieel.

Een verzuimboete wordt opgelegd bij het niet, onjuist of te laat nakomen van administratieve verplichtingen — zoals aangiftes en betalingen. Daarvoor hoeft geen sprake te zijn van opzet; het is in feite een boete voor een administratieve misser. Deze boetes worden in heel 2026 niet opgelegd in het kader van schijnzelfstandigheid.

Een vergrijpboete is zwaarder en wordt opgelegd als er sprake is van opzet of grove schuld. De Belastingdienst moet dan bewijzen dat er verwijtbaar gedrag in het spel is. Het klassieke voorbeeld: een opdrachtgever die doorgaat met zzp-constructies ondanks eerdere waarschuwingen van de Belastingdienst. Deze boete is sinds 1 januari 2026 wél mogelijk, en bedraagt tussen 10 en 100 procent van de naheffing.

Het verschil is dus niet alleen de hoogte, maar de schuldvraag. Een eerlijke opdrachtgever die te goeder trouw een fout maakt, loopt in 2026 geen boeterisico — alleen het risico op een naheffing. Wie waarschuwingen negeert of bewust constructies opzet, loopt wél tegen een vergrijpboete aan.

Hoe een controle in 2026 verloopt

Het helpt om de gebruikelijke volgorde te kennen. De Belastingdienst start in beginsel met een bedrijfsbezoek. Dat is een gesprek met de opdrachtgever over de inhuur van zzp’ers, waarin zo nodig wordt gewezen op de risico’s van schijnzelfstandigheid. De dienst kan ervoor kiezen om het daarbij te laten — een waarschuwing, met de gelegenheid om te verbeteren.

Voor een naheffing loonbelasting is altijd het zwaardere instrument van een boekenonderzoek nodig. Een bedrijfsbezoek alleen leidt dus niet tot een naheffing; daar moet een formeel onderzoek aan voorafgaan. Wel kan de Belastingdienst bij ernstige signalen — of wanneer een opdrachtgever geen enkel bewijs kan tonen van beleid om schijnzelfstandigheid tegen te gaan — direct een boekenonderzoek starten.

De handhaving leunt op een speciaal team van 80 voltijds medewerkers. Volgens de Kamerbrief van 10 december 2025 had dat team op dat moment ruim 1.100 bedrijfsbezoeken en zo’n 300 boekenonderzoeken uitgevoerd, waarvan ongeveer de helft nog niet was afgerond.

Wat de Belastingdienst kan naheffen

Bij geconstateerde schijnzelfstandigheid kan de Belastingdienst loonheffingen en premies naheffen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Werk van vóór die datum valt buiten de fiscale naheffing. Op dit moment gaan correcties dus maximaal terug tot begin 2025; naarmate de tijd vordert, kan dat oplopen, tot vanaf 2030 weer de standaard terugkijkperiode van vijf jaar geldt.

Een herkwalificatie raakt bovendien meer dan alleen de loonheffingen. Ook de inkomstenbelasting van de zzp’er en eventueel de btw-afdracht kunnen worden gecorrigeerd. En los van de fiscus blijven er civielrechtelijke risico’s: de werkende kan aanspraak maken op pensioen, cao-rechten of het minimumloon. Die claims vallen buiten de bevoegdheid van de Belastingdienst en kunnen zelfs betrekking hebben op de periode vóór 1 januari 2025.

2027: het einde van de soepelheid

Vanaf 1 januari 2027 vervallen ook de resterende elementen van de zachte landing. Dat betekent dat dan ook verzuimboetes weer kunnen worden opgelegd — niet alleen vergrijpboetes. Het onderscheid tussen goedwillende en kwaadwillende opdrachtgevers vervaagt daarmee: ook een administratieve misser zonder opzet kan dan beboet worden.

Voor opdrachtgevers is 2026 daarmee in feite een laatste jaar met een vangnet. Wie de inhuur nu op orde brengt, beperkt het risico aanzienlijk voordat de volledige handhaving in 2027 ingaat.

Wat dit betekent voor je aanpak

De praktische les uit dit alles: gebruik 2026 om je inhuur aantoonbaar op orde te brengen. Het boeterisico is dit jaar nog beperkt tot gevallen van opzet of grove schuld, en de Belastingdienst waarschuwt in beginsel eerst. Dat geeft ruimte om te herstellen zonder meteen een boete te riskeren — mits je die ruimte ook benut.

Zorg dat je kunt aantonen dat je beleid voert: dat je je arbeidsrelaties hebt beoordeeld, dat je dossiers bijhoudt en dat je waarschuwingen serieus neemt. Juist het ontbreken van enig aantoonbaar beleid is een reden voor de Belastingdienst om direct door te pakken naar een boekenonderzoek. Een opdrachtgever die laat zien dat hij het serieus neemt, staat structureel sterker.

Veelgestelde vragen

Krijg ik in 2026 een boete als schijnzelfstandigheid wordt vastgesteld?
Niet automatisch. Verzuimboetes worden in 2026 niet opgelegd. Alleen bij opzet of grove schuld is een vergrijpboete mogelijk.

Hoe hoog is een vergrijpboete?
Tussen 10 en 100 procent van de naheffing, afhankelijk van de ernst van het verwijtbare gedrag.

Wat is het verschil tussen een verzuim- en een vergrijpboete?
Een verzuimboete geldt voor administratieve missers zonder opzet; een vergrijpboete vereist opzet of grove schuld en is zwaarder.

Begint een controle altijd met een bedrijfsbezoek?
In beginsel wel in 2026. Maar bij ernstige signalen of ontbrekend beleid kan de Belastingdienst direct een boekenonderzoek starten.

Leidt een bedrijfsbezoek tot een naheffing?
Niet direct. Voor een naheffing is altijd een boekenonderzoek nodig.

Tot wanneer kan de Belastingdienst terugwerkend naheffen?
Tot 1 januari 2025. Vanaf 2030 geldt weer de standaard terugkijkperiode van vijf jaar.

Waarom kan de Belastingdienst in 2026 tóch boetes opleggen?
Door de koppeling aan het Europese herstelfonds moest het kabinet vergrijpboetes mogelijk maken, ondanks de wens van de Kamer om de zachte landing volledig te verlengen.

Wat verandert er in 2027?
Dan vervallen ook de laatste soepele elementen: verzuimboetes worden weer mogelijk en de zachte landing eindigt.

Geldt de handhaving voor bepaalde sectoren?
De Belastingdienst handhaaft niet doelgroepgericht, maar de intermediairsector krijgt extra aandacht vanwege keteneffecten.

Wat als ik geen beleid heb om schijnzelfstandigheid tegen te gaan?
Dan kan de Belastingdienst sneller doorpakken naar een boekenonderzoek. Aantoonbaar beleid verlaagt je risico.

Worden ook de zzp’ers zelf beboet?
Vergrijpboetes kunnen aan zowel opdrachtgevers als zelfstandigen worden opgelegd bij opzet of grove schuld.

Wat kan ik nu het beste doen?
Gebruik 2026 om je inhuur te beoordelen, dossiers op orde te brengen en eventuele risicovolle constructies aan te passen voordat 2027 ingaat.

Lees ook

Bronnen