Insight

Wet VBAR en de Zelfstandigenwet: wat is geschrapt en wat komt eraan

7 jul 2026 · Door localsam · 8 min leestijd

De wet die duidelijkheid moest brengen over het inhuren van zzp’ers is grotendeels gesneuveld. Het kabinet-Jetten schrapte begin 2026 het verduidelijkingsdeel van de Wet VBAR, het stuk dat vooraf moest vastleggen wanneer iemand als zelfstandige mag werken. Wat overblijft is alleen het rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief — onder de circa 38 euro per uur. Daarvoor in de plaats komt een nieuwe Zelfstandigenwet, beoogd per 1 januari 2028, maar die is nog niet eens formeel ingediend. Tot die er is, blijft de rechtspraak leidend. Dit artikel ontrafelt wat er precies is geschrapt, wat blijft, en wat je de komende jaren kunt verwachten.

Waar de Wet VBAR vandaan kwam

De Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden — kortweg VBAR — werd op 7 juli 2025 ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel had twee onderdelen. Het eerste, het verduidelijkingsdeel, moest wettelijk vastleggen wanneer een opdrachtgever iemand als zzp’er mag inhuren, via een gestructureerd toetsingskader gebaseerd op de rechtspraak. Het tweede was een rechtsvermoeden: bij een laag uurtarief zou worden aangenomen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst.

De bedoeling was goed — vooraf duidelijkheid geven in plaats van achteraf bij een controle — maar het verduidelijkingsdeel bleek omstreden. Critici vonden het alsnog te complex en te onzeker om in de praktijk mee te werken.

De koerswijziging van begin 2026

Na de verkiezingen van 2025 trad een nieuw kabinet aan, gevormd door D66, VVD en CDA. In het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ van 30 januari 2026 koos die coalitie een andere richting: de VBAR zou grotendeels worden ingetrokken.

De uitvoering ging snel. In een nota van wijziging van 10 maart 2026 stelde het kabinet voor om het op 4 juli 2025 ingediende voorstel zo te wijzigen dat alleen het rechtsvermoeden overbleef. De verantwoordelijke minister, Aartsen, ontmantelde daarmee het wetsvoorstel van zijn voorgangers binnen twee weken na zijn aantreden — geen toeval, want als Kamerlid had hij zelf al een alternatief geschreven.

Het verduidelijkingsdeel — het stuk dat de arbeidsrelatie aan de hand van verschillende elementen moest verduidelijken — komt dus te vervallen. De VBAR zou oorspronkelijk rond juli 2026 in werking treden; dat gaat niet door.

Wat er overblijft: het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief

Eén onderdeel van de VBAR blijft wél overeind en krijgt zelfs voorrang: het rechtsvermoeden van werknemerschap. De werking is als volgt. Werkt een zelfstandige onder een bepaald uurtarief — indicatief 38 euro per uur, peildatum 1 januari 2026 — dan kan die zelfstandige zich op het rechtsvermoeden beroepen en stellen dat er sprake is van een dienstverband. Op dat moment verschuift de bewijslast naar de opdrachtgever: die moet dan aantonen dat er géén arbeidsovereenkomst is.

Het vermoeden is bedoeld om kwetsbare zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt te beschermen. Belangrijk: het geldt alleen ónder de tariefgrens. Boven die grens blijft de volledige beoordeling van de arbeidsrelatie relevant — de feitelijke uitvoering blijft daar doorslaggevend. Het rechtsvermoeden is dus geen vrijbrief voor wie boven de grens betaalt.

De Tweede Kamer nam dit aangepaste voorstel op 21 april 2026 aan, inclusief een amendement waardoor de drempel voortaan wordt geïndexeerd aan de cao-loonontwikkeling in plaats van aan het wettelijk minimumloon. Het voorstel ligt nu bij de Eerste Kamer. Het kabinet streeft naar snelle invoering, met publicatie in het Staatsblad uiterlijk op 31 augustus 2026.

Wat eraan komt: de Zelfstandigenwet

Parallel aan het schrappen van het verduidelijkingsdeel kondigde het kabinet een nieuwe Zelfstandigenwet aan. Dat is een apart wetsvoorstel, deels gebaseerd op een eerder initiatiefwetsvoorstel uit de Kamer, dat de coalitie samen met de SGP heeft voorbereid. Het moet vooraf meer structurele duidelijkheid geven over de situaties waarin werken met een zzp’er wél kan.

De redenering van het kabinet: uit de recentere arresten Deliveroo en Uber blijkt dat in veel situaties prima met zzp’ers gewerkt kan worden, omdat zij als ondernemer kunnen worden aangemerkt. Die lijn wil de Zelfstandigenwet doortrekken, met de zelfstandige centraal. Tegelijk blijft schijnzelfstandigheid voor werkenden in een kwetsbare positie bestreden.

De wet werkt naar verwachting met meerdere toetsen om te bepalen of iemand zelfstandig is — onder meer een zelfstandigentoets (waarin bijvoorbeeld staat dat je ondernemersrisico moet lopen), een toets op de werkrelatie, en het sectorale rechtsvermoeden. De exacte invulling staat echter nog niet vast.

De belangrijke kanttekening: nog geen geldend recht

Hier is voorzichtigheid op zijn plaats, want het is verleidelijk te denken dat nieuwe wetgeving rust brengt. Dat is nog niet zo. De Zelfstandigenwet is op het moment van schrijven nog niet formeel ingediend bij de Tweede Kamer, en het parlementaire traject moet nog beginnen. De beoogde invoeringsdatum is 1 januari 2028, maar die datum staat uitdrukkelijk nog niet vast — de inhoud evenmin.

Bovendien is het huidige kabinet een minderheidskabinet. Voor dit soort hervormingen heeft het steun nodig van partijen buiten de coalitie om een meerderheid te vormen. Er bestaat dus een reële kans dat de wet onderweg nog wordt aangepast om die steun te krijgen.

Het cruciale punt voor opdrachtgevers: dat er nieuwe wetgeving in voorbereiding is, biedt géén tijdelijke vrijstelling van handhaving. Arbeidsrelaties worden nu al beoordeeld op basis van het huidige recht en de bestaande jurisprudentie — de Deliveroo- en Uber-arresten. De Belastingdienst handhaaft sinds 2025 actief, en vanaf 2026 kunnen er vergrijpboetes worden opgelegd. Wachten op de Zelfstandigenwet is dus geen strategie; het risico is nú aanwezig.

Wat dit betekent voor je inhuur

De praktische conclusie is paradoxaal: er verandert veel in de wetgeving, maar voor jouw handelen verandert er weinig. Omdat het verduidelijkende kader is geschrapt en de nieuwe wet er nog lang niet is, blijft de feitelijke uitvoering van de samenwerking het enige dat telt — net als de afgelopen jaren.

Concreet: blijf je inhuur beoordelen op de gezichtspunten uit de rechtspraak (sturing, inbedding, ondernemersrisico), let extra op opdrachten onder de circa 38 euro per uur waar het rechtsvermoeden gaat spelen, en ga er niet van uit dat aankomende wetgeving je nu beschermt. Wie zijn inhuur inricht op aantoonbare zelfstandigheid, is bovendien voorbereid op de Zelfstandigenwet, want die bouwt voort op dezelfde logica van ondernemerschap.

De kern in één zin

Het verduidelijkingsdeel van de Wet VBAR is geschrapt, alleen het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief blijft en komt er snel aan; de Zelfstandigenwet moet de toekomst worden maar is nog niet ingediend — en tot die tijd bepaalt, net als nu, de feitelijke praktijk of je inhuur standhoudt.

Veelgestelde vragen

Is de Wet VBAR helemaal van tafel?
Niet helemaal. Het verduidelijkingsdeel is geschrapt, maar het rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief blijft en wordt versneld ingevoerd.

Wat hield het verduidelijkingsdeel in?
Een wettelijk toetsingskader dat vooraf moest vastleggen wanneer iemand als zzp’er mag werken. Dat deel komt te vervallen.

Wat is het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief?
Bij een tarief onder circa 38 euro per uur kan de werkende stellen dat er een dienstverband is; de opdrachtgever moet dan het tegendeel bewijzen.

Hoe wordt die tariefgrens bepaald?
De drempel (indicatief 38 euro, peildatum 1 januari 2026) wordt voortaan geïndexeerd aan de cao-loonontwikkeling.

Geldt het rechtsvermoeden ook boven de tariefgrens?
Nee. Boven de grens blijft de volledige beoordeling op basis van de feitelijke arbeidsrelatie van toepassing.

Wat is de Zelfstandigenwet?
Een nieuw, apart wetsvoorstel dat vooraf duidelijkheid moet geven over wanneer werken met een zzp’er kan, met meerdere toetsen waaronder ondernemersrisico.

Wanneer komt de Zelfstandigenwet?
Beoogde invoering 1 januari 2028, maar de wet is nog niet ingediend en de datum staat niet vast.

Is de Zelfstandigenwet al zeker?
Nee. Het is een minderheidskabinet dat steun van oppositiepartijen nodig heeft; de wet kan nog worden aangepast.

Biedt de aankomende wetgeving mij nu bescherming?
Nee. Dat nieuwe wetgeving in de maak is, geeft geen vrijstelling van de huidige handhaving.

Op basis waarvan worden arbeidsrelaties nu beoordeeld?
Op het huidige recht en de jurisprudentie, met name de Deliveroo- en Uber-arresten.

Wanneer wordt het rechtsvermoeden van kracht?
Het voorstel ligt bij de Eerste Kamer; publicatie in het Staatsblad wordt uiterlijk 31 augustus 2026 nagestreefd.

Wat moet ik nu doen?
Blijf je inhuur beoordelen op de feitelijke praktijk, let op opdrachten onder de tariefgrens, en wacht niet op nieuwe wetgeving om in actie te komen.

Lees ook

Bronnen