De modelovereenkomst was jarenlang hét instrument om schijnzelfstandigheid te voorkomen, maar dat tijdperk loopt af. Sinds 6 september 2024 beoordeelt de Belastingdienst geen nieuwe modelovereenkomsten meer en verlengt hij bestaande niet. Goedgekeurde overeenkomsten die op die datum geldig waren, mag je nog gebruiken tot en met 31 december 2029 — maar alleen zolang de praktijk exact aansluit bij wat erin staat. De Belastingdienst noemt het risico zelf bij naam: een modelovereenkomst kan “schijnzekerheid” geven. Dit artikel legt uit wat het document juridisch nog wél en niet doet, en waarmee je je inhuur in de praktijk echt onderbouwt.
Waar de modelovereenkomst vandaan komt
De modelovereenkomst werd in 2016 geïntroduceerd met de Wet DBA, als vervanger van de oude VAR-verklaring. Het idee was aantrekkelijk: opdrachtgever en zzp’er werken volgens een door de Belastingdienst goedgekeurd contract, en zolang ze dat doen, is er geen sprake van loondienst en hoeven er geen loonheffingen te worden ingehouden.
In de praktijk bleek het systeem complex en tijdrovend, en bovenal: het loste het kernprobleem niet op. Want een contract zegt niets over hoe er feitelijk wordt gewerkt. De Belastingdienst worstelde jarenlang met de handhaving, en uiteindelijk trok hij de conclusie dat de modelovereenkomst vooral schijnzekerheid bood.
Wat er sinds september 2024 is veranderd
Sinds 6 september 2024 beoordeelt de Belastingdienst geen nieuwe modelovereenkomsten meer. Je kunt er dus geen nieuwe meer ter goedkeuring voorleggen, en bestaande worden niet verlengd. De reden die de Belastingdienst zelf geeft is helder: de beoordeling van een arbeidsrelatie hangt af van hoe in de praktijk wordt gewerkt, niet van wat er op papier staat — en de ervaring leert dat die twee vaak niet overeenkomen.
Bestaande, goedgekeurde modelovereenkomsten die op 6 september 2024 geldig waren, mag je nog gebruiken tot en met 31 december 2029. Die einddatum geldt zelfs als er in de overeenkomst zelf een andere geldigheidsdatum staat. Let wel: sommige veelgebruikte overeenkomsten lopen eerder af. De algemene modelovereenkomst “geen werkgeversgezag” is bijvoorbeeld geldig tot 1 juni 2026, en de modelovereenkomst “tussenkomst” — veel gebruikt door detacheerders die een zzp’er doorlenen aan een klant — tot 30 april 2026. Het is dus belangrijk te controleren welke versie je gebruikt en tot wanneer die loopt.
Het kernmisverstand: een contract is geen vrijwaring
Hier zit het hart van de zaak. Veel werkgevers en HR-managers gaan ervan uit dat het hebben van een modelovereenkomst hen beschermt tegen naheffingen en discussies over schijnzelfstandigheid. Die aanname is begrijpelijk, maar te optimistisch.
Een modelovereenkomst biedt op zichzelf geen vrijwaring. De bescherming staat of valt met twee voorwaarden die altijd samen worden beoordeeld: het werk moet zich daadwerkelijk lenen voor een opdrachtrelatie, én de feitelijke uitvoering moet overeenkomen met wat in het contract is vastgelegd. Juist aan die tweede voorwaarde wordt in de praktijk vaak ongemerkt niet meer voldaan — een samenwerking groeit langzaam naar een dienstverband zonder dat iemand het contract erbij pakt.
Wijkt de praktijk af van het papier, dan verliest de modelovereenkomst haar beschermende werking volledig. De aanwezigheid van een bepaalde clausule — bijvoorbeeld een vervangingsbeding of een bepaling dat er geen gezag is — is daarbij nooit op zichzelf doorslaggevend. De Belastingdienst kijkt of die afspraak ook echt zo wordt nageleefd.
Wat een modelovereenkomst dan nog wél doet
Het document is niet waardeloos geworden. Een geldige, passende modelovereenkomst die strikt wordt nageleefd, geeft nog steeds zekerheid: werk je aantoonbaar zoals erin beschreven, dan hoef je geen loonheffingen in te houden. Het is dus geen dode letter — maar het is een vertrekpunt, geen eindpunt.
De waarde zit in de richting die het geeft. Een goede overeenkomst dwingt je om vooraf na te denken over hoe de samenwerking eruitziet: wie bepaalt het werk, of er vervanging mogelijk is, of er gezag is. Gebruik het zo: als een blauwdruk die je vervolgens in de praktijk ook echt volgt, niet als een papieren schild dat je in een la legt en vergeet.
Waarmee je je inhuur in 2026 echt onderbouwt
Nu het contract niet meer als vrijwaring werkt, verschuift het zwaartepunt naar de feitelijke onderbouwing. Dat betekent: zorg dat de werkelijkheid van de samenwerking aantoonbaar die van een zelfstandige is, en leg dat vast.
Concreet helpt het om bewijs te verzamelen op de punten waar de Belastingdienst naar kijkt. Documenteer dat de zzp’er zelf zijn werk inricht en zijn tijden bepaalt. Leg vast dat hij meerdere opdrachtgevers heeft en zich naar buiten als ondernemer presenteert. Bewaar facturen die een echt ondernemerspatroon laten zien. Houd de opdracht afgebakend in plaats van “meedraaien tot nader order”. En toets periodiek of de praktijk nog klopt met de afspraken — juist omdat een relatie ongemerkt kan verschuiven.
Daarnaast zijn er hulpmiddelen. De Belastingdienst en het ministerie van SZW bieden een keuzehulp en een webmodule beoordeling arbeidsrelatie. Die geven geen harde zekerheid voor jouw specifieke geval, maar structureren je inschatting en helpen het gesprek met de zzp’er en je adviseur voeren.
Wat de toekomst brengt: van modelovereenkomst naar wettelijke toetsen
De modelovereenkomst is een aflopende zaak, en wat ervoor in de plaats komt, tekent zich af. Het coalitieakkoord van januari 2026 heeft afgesproken de eerder beoogde Wet VBAR voor een groot deel te vervangen door een nieuwe Zelfstandigenwet. Daarin staan twee toetsen centraal om te beoordelen of iemand zelfstandig is: een zelfstandigentoets — waarin onder meer staat dat je ondernemersrisico moet lopen — en een toets gericht op de aard van de arbeidsrelatie.
Die wet is beoogd per 1 januari 2028, maar staat nog niet vast. Tot die er is, en ook in de overgang daarna, blijft het uitgangspunt hetzelfde als nu: de feitelijke uitvoering bepaalt alles. Wie zijn inhuur daar nu al op inricht, is straks voorbereid op de nieuwe toetsen, want die bouwen voort op precies dezelfde logica van gezag en ondernemerschap.
De kern in één zin
De modelovereenkomst is geen vrijbrief meer en wordt uitgefaseerd; je beschermt je inhuur niet met een handtekening maar met een praktijk die aantoonbaar zelfstandig is — en die je actief vastlegt en blijft toetsen.
Veelgestelde vragen
Kan ik nog een nieuwe modelovereenkomst laten goedkeuren?
Nee. Sinds 6 september 2024 beoordeelt de Belastingdienst geen nieuwe overeenkomsten meer.
Zijn bestaande modelovereenkomsten nog geldig?
Ja, goedgekeurde overeenkomsten die op 6 september 2024 geldig waren, mogen worden gebruikt tot en met 31 december 2029 — mits de praktijk ermee overeenkomt.
Geldt die einddatum van 2029 altijd?
De uiterste datum is eind 2029, ook als in de overeenkomst een latere datum staat. Maar sommige overeenkomsten lopen eerder af, zoals “geen werkgeversgezag” (1 juni 2026) en “tussenkomst” (30 april 2026).
Beschermt een modelovereenkomst mij tegen een naheffing?
Alleen als het werk zich leent voor een opdracht én de feitelijke uitvoering overeenkomt met het contract. Anders vervalt de bescherming.
Waarom stopt de Belastingdienst ermee?
Omdat een contract niets zegt over de praktijk, en de praktijk leidend is. De overeenkomst gaf volgens de Belastingdienst te vaak schijnzekerheid.
Is een vervangingsbeding in het contract genoeg?
Nee. Geen enkele losse clausule is op zichzelf doorslaggevend; het gaat om hoe er feitelijk wordt gewerkt.
Wat moet ik doen als mijn modelovereenkomst binnenkort afloopt?
Er komt geen vervangende goedgekeurde overeenkomst. Richt je inhuur in op aantoonbare zelfstandigheid en leg dat vast; raadpleeg zo nodig een adviseur.
Wat komt er na de modelovereenkomst?
Een nieuwe Zelfstandigenwet met meerdere toetsen (waaronder zelfstandigheid en ondernemersrisico), beoogd per 1 januari 2028 (nog niet zeker).
Heeft een eigen, niet-goedgekeurd contract nog zin?
Het kan richting geven en afspraken vastleggen, maar biedt geen goedkeuring van de Belastingdienst. De praktijk blijft doorslaggevend.
Hoe weet ik of mijn praktijk nog bij het contract past?
Toets periodiek de gezichtspunten: sturing, inbedding, ondernemersrisico. De keuzehulp en webmodule van SZW helpen daarbij.
Geldt dit ook voor detacheringsconstructies?
Ja. De modelovereenkomst “tussenkomst” die daarvoor wordt gebruikt, loopt zelfs relatief vroeg af (30 april 2026).
Wat is het grootste risico met een modelovereenkomst?
Dat je erop vertrouwt en de praktijk ongemerkt naar een dienstverband schuift, waardoor de bescherming wegvalt zonder dat je het merkt.
Lees ook
- Schijnzelfstandigheid in 2026: de cijfers, regels en wat het je kost — de volledige stand van zaken
- Wat is schijnzelfstandigheid en hoe beoordeelt de Belastingdienst het — de gezichtspunten
- Checklist: zo richt je een zzp-opdracht in die de toets doorstaat — praktisch stappenplan
- Wet VBAR en de Zelfstandigenwet: wat is geschrapt en wat komt eraan — de toekomstige wetgeving
- Vind een jurist gespecialiseerd in arbeidsrelaties — dienstverleners in de gids
Bronnen
- Belastingdienst — Geen nieuwe modelovereenkomsten meer
- Belastingdienst — Modelovereenkomsten voor branches en beroepsgroepen
- KVK — Wet DBA: voorkom schijnzelfstandigheid
- TEN Advocaten — Modelovereenkomst zzp: werking, grenzen en risico’s in 2026
- De Zaak — Modelovereenkomst zzp: dit moet je weten om boetes en naheffingen te voorkomen
- MKB Servicedesk — Modelovereenkomst zzp: wat kun je er nog mee?
Dit artikel hoort bij het onderwerp Schijnzelfstandigheid & Wet VBAR. Bekijk de complete gids en alle artikelen erover.
