De Belastingdienst handhaaft sinds 2025 risicogericht op schijnzelfstandigheid, en enkele sectoren liggen daarbij nadrukkelijk onder het vergrootglas: de zorg, het onderwijs, de bouw en de ICT. In die sectoren wordt traditioneel veel met zzp’ers gewerkt, vaak in rollen die dicht tegen regulier werk aanliggen — precies waar het risico op herkwalificatie het grootst is. Sinds 2026 kan de Belastingdienst bovendien signalen van de Arbeidsinspectie meenemen, waardoor de controle breder wordt. Maar ook kenniswerkers zoals consultants en marketeers ontkomen niet: wie langdurig fulltime voor één opdrachtgever werkt, loopt risico, in welke sector dan ook. Dit artikel bespreekt de dynamiek per sector. Het is algemene informatie, geen juridisch advies.
Waarom de Belastingdienst risicogericht controleert
De handhaving op schijnzelfstandigheid is niet willekeurig. De Belastingdienst werkt risicogericht: sectoren waar veel zzp’ers actief zijn in rollen die lijken op die van vaste werknemers, krijgen voorrang. Dat verklaart waarom de zorg, het onderwijs en de bouw keer op keer worden genoemd, met de ICT als vierde veelbesproken sector. In 2025 voerde de dienst al honderden bedrijfsbezoeken uit, en in de rapportage werden expliciet sectoren benoemd, waaronder arbeidsbemiddeling, bouw, handel en industrie, onderwijs en zorg.
Belangrijk om te weten: sinds 2026 kan de Belastingdienst ook signalen van de Arbeidsinspectie meewegen, doordat belemmeringen voor gegevensuitwisseling tussen beide diensten zijn weggenomen. De controle wordt daarmee breder en beter geïnformeerd.
Voor de goede orde: de beoordeling zelf is in elke sector gelijk — de holistische toets met de negen gezichtspunten. Wat per sector verschilt, is de típische situatie waarin het misgaat. Dat maakt sectorkennis waardevol.
De zorg
In de zorg werken veel verpleegkundigen, verzorgenden en andere professionals als zzp’er, vaak via bemiddelingsbureaus. Het risico ontstaat doordat het werk sterk is ingebed in de organisatie: de zzp’er draait mee in roosters, volgt protocollen, gebruikt de systemen en middelen van de instelling en doet hetzelfde werk als collega’s in loondienst. Dat zijn precies de kenmerken die op een gezagsverhouding en inbedding wijzen.
De uitdaging voor zorginstellingen is reëel: de sector kampt met personeelstekorten en leunt op flexibele inzet. Toch is juist hier zorgvuldigheid geboden. Instellingen doen er goed aan te beoordelen of een zzp’er echt zelfstandig werkt — met eigen keuzevrijheid over diensten en werkwijze — of feitelijk een roostergat vult zoals een werknemer dat zou doen.
De bouw
In de bouw is werken met zelfstandigen diep geworteld, van gespecialiseerde vaklieden tot hele onderaannemingsketens. Het risico zit hem in de aansturing en de duur: een zzp’er die maandenlang op één project meedraait, onder leiding van een uitvoerder, met materialen van de hoofdaannemer, lijkt in de praktijk op een werknemer.
Tegelijk kent de bouw ook veel “echte” zelfstandigheid: een gespecialiseerde onderaannemer met eigen materieel, meerdere opdrachtgevers en eigen aansprakelijkheid is doorgaans goed te verdedigen. Het onderscheid zit in het ondernemerschap en de mate van zelfstandigheid op de bouwplaats. Vastleggen van dat ondernemerschap — eigen gereedschap, offertes, meerdere klanten — is in deze sector belangrijk.
De ICT
De ICT is de sector van de hoogopgeleide, goedbetaalde zzp’er: de interim-developer, de projectmanager, de securityspecialist. Hier speelt een interessante spanning. Enerzijds pleit het hoge uurtarief vóór zelfstandigheid — het ligt ver boven het niveau waarop het rechtsvermoeden van werknemerschap in beeld komt. Anderzijds werken deze professionals vaak langdurig in vaste teams, aan structureel werk, ingebed in de opdrachtgever, wat juist weer op een dienstverband wijst.
Een hoog tarief is dus geen vrijbrief. Een ICT’er die twee jaar fulltime in hetzelfde scrumteam zit, dagelijkse standups meedraait en meegaat op de teamuitjes, kan ondanks zijn tarief als schijnzelfstandige worden aangemerkt. Het advies voor deze sector: let op de inbedding en de duur, en zorg voor aantoonbaar extern ondernemerschap.
Het onderwijs
In het onderwijs worden zzp’ers ingezet als docenten, trainers en begeleiders, mede door lerarentekorten. Het risico lijkt op dat in de zorg: wie voor de klas staat volgens het rooster van de school, met het lesmateriaal en de methoden van de instelling, is sterk ingebed. Een gastdocent die incidenteel een module verzorgt vanuit eigen expertise is heel iets anders dan iemand die structureel een vast vak geeft — die laatste lijkt op een werknemer.
Onderwijsinstellingen doen er goed aan onderscheid te maken tussen incidentele, echt zelfstandige inzet en het structureel opvullen van formatie met zzp’ers.
Ook buiten de risicosectoren: kenniswerkers
Een misverstand is dat het risico beperkt blijft tot de vier genoemde sectoren. Dat klopt niet. De Belastingdienst kan in elke sector controleren, en kenniswerkers als consultants, coaches, marketeers en interim-professionals lopen net zo goed risico — zeker als zij langdurig en vrijwel uitsluitend voor één opdrachtgever werken. Het risico ligt bij de zzp-marketeer die al twee jaar fulltime meedraait net zo goed als bij de zzp’er in de bouw.
De onderliggende vraag is overal dezelfde: komt de praktijk overeen met zelfstandig ondernemerschap, of feitelijk met een dienstverband?
Wat elke sector kan doen
Hoewel de details verschillen, is de aanpak overal vergelijkbaar. Beoordeel elke arbeidsrelatie op de feitelijke situatie, niet op het contract. Let vooral op de sectorspecifieke valkuil: inbedding en roosterwerk in zorg en onderwijs, aansturing en duur in de bouw, langdurige teaminbedding in de ICT. Leg het ondernemerschap van de zzp’er vast, inclusief het externe ondernemerschap. En documenteer je onderbouwing, zodat je bij een bedrijfsbezoek kunt laten zien dat je zorgvuldig hebt gehandeld. Bij grotere flexibele schillen is een bredere risicoanalyse van de hele inhuur verstandig.
Wat dit voor jou als werkgever betekent
De kern: weet of jouw sector extra aandacht krijgt, en ken de typische valkuil. Werk je in de zorg, het onderwijs, de bouw of de ICT, dan is de kans op een controle groter en is proactief handelen des te belangrijker. Maar reken je niet rijk als je buiten die sectoren valt — de toets geldt overal, en langdurige fulltime inzet voor één opdrachtgever is altijd een risicosignaal. De beste bescherming is in elke sector dezelfde: een eerlijke beoordeling van de praktijk en een goed gedocumenteerde onderbouwing.
Veelgestelde vragen
Welke sectoren krijgen extra aandacht?
Vooral de zorg, het onderwijs, de bouw en de ICT, plus onder meer arbeidsbemiddeling en handel.
Waarom juist deze sectoren?
Er wordt veel met zzp’ers gewerkt in rollen die dicht tegen regulier werk aanliggen, wat het risico op herkwalificatie vergroot.
Is de beoordeling per sector anders?
Nee, de toets (de negen gezichtspunten, holistisch gewogen) is overal gelijk. Alleen de typische risicosituatie verschilt.
Loop ik risico buiten deze sectoren?
Ja. De Belastingdienst kan overal controleren; kenniswerkers die langdurig voor één opdrachtgever werken lopen ook risico.
Wat is het grootste risico in de zorg?
Sterke inbedding: meedraaien in roosters, protocollen en systemen zoals een werknemer.
Wat is het grootste risico in de bouw?
Langdurige inzet onder aansturing met materialen van de opdrachtgever, zonder aantoonbaar ondernemerschap.
Beschermt een hoog ICT-tarief mij?
Niet automatisch. Ondanks een hoog tarief kan langdurige teaminbedding tot herkwalificatie leiden.
Wat is het risico in het onderwijs?
Structureel formatie opvullen met zzp-docenten die volgens het rooster en met het materiaal van de school werken.
Werkt de Belastingdienst samen met andere diensten?
Ja, sinds 2026 kunnen signalen van de Arbeidsinspectie worden meegenomen.
Hoe verlaag ik het risico in mijn sector?
Beoordeel de feitelijke situatie, let op de sectorspecifieke valkuil, en leg ondernemerschap en onderbouwing vast.
Geldt dit ook voor inhuur via een bemiddelaar?
Ja. Ook bij inzet via bureaus blijft de feitelijke arbeidsrelatie bepalend.
Wat moet ik als eerste doen?
Breng in kaart waar in je organisatie zzp’ers structureel ingebed werken en beoordeel die relaties met voorrang.
Dit artikel hoort bij het onderwerp Schijnzelfstandigheid & Wet VBAR. Bekijk de complete gids en alle artikelen erover.
